Balkonscène

“Verdomd. Daar is het.” Ik schuif de koffiebekertjes opzij en buig voorover naar mijn beeldscherm. De hele nacht heb ik naar het bestand gezocht. En op de valreep hebben de oneindige tentakels van de zoekmachine het weten op te vissen uit de diepste krochten van internet. Met een muisklik open ik de file. Het filmpje duurt ongeveer 90 seconden. Het is al 28 jaar oud, maar de kwaliteit is – naar de huidige maatstaven gemeten – redelijk. Ik vorm de letters ‘Berlijn, november 2002’ op mijn toetsenbord en parkeer het videobestand op mijn harde schijf.

“De aanhouder wint, Steve. Dat hou je je patiënten toch ook altijd voor?” hoor ik mezelf mompelen. Het is kwart over acht. Pas over een uur komt Michael, dus ik heb nog tijd om ergens te ontbijten. Ik graai de dossiermap van mijn bureau en veer op uit mijn stoel.

Even later wandel ik door de centrale hal van de George W. Bush Tower naar de uitgang naar 42th Street. Met haar 145 verdiepingen is dit het hoogste gebouw van New York. Een dubieus eerbetoon aan een president die ooit met zijn miljardenverslindende oorlog tegen het terrorisme het land bijna over de rand van de afgrond heeft geduwd. Mijn praktijkruimte bevindt zich op de begane grond. En dat is niet voor niets. Als psychiater ben ik gespecialiseerd in het behandelen van mensen met hoogtevrees. Veel van mijn patiënten worden al duizelig als ze in een lege badkuip staren. Dus koos ik destijds voor een eenvoudige ruimte helemaal beneden in plaats van een luxe kantoorsuite op één van de hoogste etages. Ik heb een grote reputatie in New York opgebouwd, omdat mijn aanpak altijd succesvol is. Aan het einde van de therapie stappen zelfs de meest hardnekkige gevallen in de glazen lift, die tegen de zijkant van het 750 meter hoge gebouw is geplakt. Om het dak is een promenade met een glazen vloer geconstrueerd. Van alle angsten verlost schuifelen ze dan over de duizelingwekkende diepte die onder hen ligt. Eerst nog wat onwennig. Maar na een tiental meters voel ik altijd hun ijzeren omklemming van mijn arm verslappen. Dat is het moment dat ik zeker weet, dat de klus geklaard is. En vandaag is het de beurt aan Michael om naar boven te gaan.

Ik steek de straat over. Michael maakt over twee maanden zijn debuut op Broadway. De producent van de musical ‘Stairway to Heaven’ heeft hem drie weken geleden naar me toe toegestuurd. Tijdens de voorstelling moet hij een trap bestijgen die tot de nok van het theater reikt.

“Dat durft hij dus niet,” had Patrick McNamara door de telefoon gezegd. “Ik betaal je drie keer het normale honorarium als je hem op tijd van zijn hoogtevrees af kan helpen.”

Toen ik informeerde naar de naam van de acteur, werd het even stil aan de andere kant van de lijn. Daarna ratelde een stem in mijn oor: “Hij heet Michael. Alleen Michael. Meer hoef je niet te weten. Hij wil zijn identiteit liever nog even geheim houden. Hij wil slagen op Broadway om wat hij kan en niet om wie hij is. Begrepen?”

Ik duw de deur van ‘Harry’s Breakfast’ open en loop naar een tafeltje bij het raam. Direct nadat ik plaats heb genomen, komt de serveerster naar me toe om de bestelling op te nemen. Het wordt koffie en scrambled eggs. Ik schuif de dossiermap naar me toe. Er staat met grote letters ‘Michael’ op geschreven. Ik sla de kaft opzij. Mijn ogen glijden over de aantekeningen. Michael. 28 jaar. Net afgestudeerd op de American Musical and Dramatic Academy in New York. Hoogtevrees moet veroorzaakt zijn door een traumatische ervaring uit het verleden. De sleutel tot de oplossing ligt in de angstdromen. Oorzaak nog niet gelokaliseerd.

Ik trek een pen uit de binnenzak van mijn colbert en streep de laatste zin door. ‘Ernstige verstoring emotioneel bewustzijn gedurende eerste levensjaar’ schrijf ik daarnaast in de kantlijn. De serveerster schuift de koffie en een bord met scrambled eggs en toast op mijn tafel. Ik sla door naar de volgende pagina. Daar staan de puzzelstukjes die ik vannacht heb kunnen combineren tot een geheel. Vader en moeder na drie jaar gescheiden. Michael blijft bij zijn vader wonen. Deze overlijdt als Michael 12 jaar oud is.

Ik sluit mijn ogen. De laatste sessie laat ik nog eens als een film in mijn hoofd afdraaien. Tegenover me zit een jongeman met een donkergetinte huidskleur.

“Michael, wat kan je je nog van je vader herinneren?”

De woorden komen hakkelend over zijn lippen:”Ik vond hem tof. We speelden samen met treintjes en knuffelberen. Ook deden we verstoppertje en tikkertje. Toen ik ouder werd, besefte ik dat hij er zelf het meest plezier aan beleefde.”

“Waren daar ook vriendjes bij?”

“Ja. Niet van mij, maar van hem. Sommigen kwamen zo nu en dan. Eén jongen werd iedere dag door zijn ouders gebracht om te spelen. Jordan. Jordan Chandler.” Even tekenen er zich triomfantelijke trekken om zijn mond af. Alsof hij met het herinneren van deze naam uit een ver verleden de laatste tegenstander in een Tv-quiz heeft weggespeeld. “Plotseling kwam hij niet meer. Mijn vader was toen erg verdrietig. Het is niet waar wat de mensen zeggen, hoorde ik hem toen een paar keer zeggen.”

Ik sluit de dossiermap en lepel wat van het eimengsel op een stukje toast. “Ik weet nu wie je vader is, Michael. Nu kan ik je confronteren met je angst,” fluister ik. Drie minuten later gooi ik een tien dollarbiljet op tafel, grabbel de dossiermap van tafel en verlaat ‘Harry’s Breakfast’.

Tien over negen ben ik terug op kantoor. Michael arriveert een paar minuten later. Hij gaat zitten op de leren fauteuil die twee meter voor mijn bureau is gepositioneerd. Met zijn donkere ogen staart hij naar het schaalmodel van de George W. Bush Tower die rechts naast het beeldscherm staat.

“Michael, beschrijf die angstdromen nog eens?” vraag ik.

Hij plukt met zijn rechterhand aan zijn zwarte krullen, terwijl zweetdruppels op zijn voorhoofd het regelmatige patroon van plastic noppenfolie vormen. Zijn lichaam beeft. “De dromen zijn er altijd geweest. En ze komen iedere nacht terug. Ik hang boven een afgrond. Krijsen. Ik hoor krijsen. Dan schrik ik wakker. Mijn lakens zijn doordrenkt van zweet en urine.”

“Jordan Chandler. Dat is de enige concrete aanwijzing die je me tijdens de sessie heb gegeven. De naam heb ik vannacht opgezocht op internet. Toen wist ik wie je was. Ik laat je zo de aanleiding voor je fobie zien. Miljoenen mensen over de hele wereld hebben dat 28 jaar geleden op Tv kunnen zien.” Ik steek mijn wijsvinger uit naar het plasmascherm dat aan de muur van mijn kantoor hangt. Ik klik met mijn wijsvinger op de spatiebalk van mijn toetsenbord en het plastic scherm licht op. Achter de balustrade van een balkon is een raam met gesloten witte gordijn te zien. Ik richt mijn ogen op Michael. Met zijn gespreide vingers tegen zijn slapen staart hij naar de beelden. Dan vult het schelle geluid mijn kantoor. Hij knijpt zijn ogen dicht en schudt een paar keer met zijn hoofd heen en weer.

“Er is geen reden tot angst, Michael. Je kunt niet vallen. Kijk maar.” Ik start het filmpje opnieuw. Negentig seconden lang houd ik het gezicht van de jongeman nauwlettend in de gaten. Hij spant zijn kaakspieren aan op het moment dat het gekrijs aanzwelt. Zonder met zijn oogleden te knipperen staart hij naar het bizarre tafereel op het plasmascherm.

“Je bent veilig, Michael. Je vader houdt je stevig vast. Let maar eens goed op hem.” Ik klik op de spatiebalk en weer verschijnt het raam in beeld. Plotseling schuift het gordijn opzij. De handen van Michael rusten nu op zijn schoot. Hij zakt wat onderuit en er tekent zich een zwakke glimlach op zijn gezicht.

“Zin een gratis tochtje naar het dak van New York voor een adembenemend uitzicht?”

“Mag ik het filmpje nog één keer zien? Daarna wil het graag proberen,” zegt Michael op krachtige toon.

“Michael, Michael, Michael.” Het koor van honderden meisjeskelen klettert door de speakers van mijn kantoor. Als de gordijnen zijn opengeschoven, is er een man achter het raam zichtbaar. Hij is gekleed in een rood overhemd en een donkere broek. Zijn zwarte haar golft langs zijn gezicht tot over zijn schouders. Alsof het geregisseerd is, begint de samengedromde menigte luid te gillen. De balkondeur glijdt open en de man stapt met een baby in zijn armen naar buiten. In zijn bleke gelaat tekenen de misvormde neus en smalle lippen zich opvallend af. Dan pakt hij de baby onder de armpjes vast en zwiept het over de rand van het balkon. Het gegil van het publiek zwelt aan tot een huiveringwekkend gekrijs. Met een schichtig blik in de ogen trekt de man de baby over de balustrade weer naar zich toe. Terwijl hij zich omdraait steekt hij zijn rechterhand even omhoog en rent door de deur naar binnen.

Prince Michael II Jackson springt uit zijn stoel en wijst met een vinger naar boven. “Nemen we de trap of de lift?”

 


Het bestaat. De ultieme stilteplek voor honden op oudejaarsnacht!

dDit mag Belle nooit meer meemaken. Dat besluit nam ik op het moment dat 2013 overging naar 2014. De hele dag had ze al hevig trillend in een hoekje van de kamer gelegen. Maar toen om klokslag twaalf uur de hel losbarstte, was er geen houden aan meer. Machteloos moest ik toezien hoe Belle in […]


Vakantiekiekjes uit het hiernamaals

“Straks kun je weer met Diever spelen.” Vanaf de dag dat haar vriendje overleden is, heeft Floortje nooit meer op zijn naam gereageerd. Maar nu draait ze haar kopje schuin omhoog en staart me recht in de ogen. Dit is slechts een kleine voorbode van de opmerkelijke gebeurtenissen die me de komende maanden te wachten […]


Het mysterie van parkeerzone code 15214

Het is een simpele vraag. De gemeente Amsterdam lijkt echter niet in staat om er een antwoord op te geven. Het gaat om parkeerzone code 15214. En de vraag is: waarom geeft de parkeerapp van Yellowbrick de melding ‘zone code ongeldig’? Dat leverde mij immers een fikse boete van bijna 60 euro op. Tijdens het […]


Duitse première oorlogsdocumentaire over mijn vader

Volgende week maak ik samen met mijn vader een bijzondere trip naar Duitsland. Op uitnodiging van de Regionale Kultur- und Zeitgeschigte Hameln wonen we de Duitse première van de documentaire ‘Nacht und Nebel, het verhaal van mijn opa’ bij. In deze film van Mehmet Ülger en Astrid van Unen reist mijn vader samen met zijn […]


Zielig mannetje…

Een paar jaar geleden bezocht ik een concert van Steve Harley en zijn band Cockney Rebel in de Kleine Komedie. Toen een vrouw uit het publiek halverwege het optreden een foto van hem nam, stak hij zijn hand op ten teken dat zijn medemuzikanten moesten stoppen met spelen. “Gisteren trad ik op in Woerden,” zei […]


Het Facebookeiland van de Nederlandse champignontelers

Als content-manager van de Facebookpagina van Champignon Idee leef ik op een eiland. Deze pagina is voor en door de Nederlandse champignontelers en champignon verwerkende industrie opgezet. De belanghebbenden promoten echter hun producten liever op een eigen Facebookpagina met hooguit 50 tot 70 fans. De Facebookpagina van Champignon Idee heeft echter 5400 fans en een […]